ALAPEDES midterm review, Parijs, 29 maart — 1 april 1999

Maandag 29 maart 1999.

Meer opa’s rezien

Terwijl men om ons huis druk bezig is met de aanleg van de tuin brengt Lenie me op de fiets even naar tien uur ’s morgens naar te trein. Ik reis eerst tweede klas in een wadloper, dan eerste klas in een intercity zonder vertraging naar Rotterdam CS. Daar lunch ik en stap tegen drie uur op de Thalys (comfort 1). De trein rijdt lekker en ik wordt gelijk al (overeenkomstig de folder) getrakteerd op een drankje. Tot Brussel rijdt de trein op normale snelheid. Daarna gaan de sokken erin. De tussen Brussel en Parijs beloofde snack valt wat tegen: veel plastic op het serveerblad maar slechts één klein broodje met kaas.

De mobiele telefoon blijkt ook hier z’n entree gemaakt te hebben: een dame twee stoelen voor mij voert minstens acht gesprekken!

Even na zessen kom ik aan in Paris du Nord. Nadat ik kaartjes voor de metro heb gekocht (een carnet van tien stuks voor 55 fr.) ga ik, conform de aanwijzingen van de secretaresse van de ENS (Nadine Raou) op zoek naar RER blue lijn. Precies volgens de beschrijving belang ik uiteindelijk op de boulevard St. Michel zo’n vijftig meter vanaf het hotel. Ik krijg daar direct de sleutel mee: de kamer is klein (nooit meer dan 50 cm vrije loopruimte) en de badkamer bevat zowel douche, wc als wastafel op een oppervlakte van één bij een halve meter.

Na me van overbodige ballast te hebben ontdaan en nadat ik even naar huis heb gebeld (de aanleg van de tuin vordert) loop ik nog even langs het Patheon, het paleis du Luxembourgh (even door het park waar velen, vooral jongeren, op bankjes en stoelen zitten) en langs de boulevard St.Michel weer terug naar het hotel.

De eerste indruk van Parijs kan me niet van mijn (wat negatieve) vooroordelen over de stad en de Fransen in het bijzonder afhelpen.

Dinsdag 30 maart 1999.

Na een lange nacht op een erg hard bed en met te iele kussens wordt ik met een enigzins stijve nek wakker.

Het ontbijt in het hotel valt niet tegen: broodje, croissant, echte jus, thee, en daarnaast in de zelfbediening cornflakes en yoghurt.

Ik pak de metro (een dubbeldekker) naar pace du Mars, vlakbij de Eifeltoren en besluit die te beklimmen. De toren valt van dichtbij eigenlijk wat tegen en is niet meer dan vele tonnen staal. Boven in de toren (320 meter) zou ik een prachtig uitzicht over de stad moeten hebben, ware het niet, dat het bewolkt is. Via een bezoekje aan het tweede en dan het eerste terras sta ik even later weer beneden.

Het weer wordt er niet beter op: eerst motregen, later nog erger. Ik besluit me maar te laten rijden en boek een rondrit in een dubbeldekker. Zo zie ik o.a. in sneltreinvaart het école millitaire, het Louvre, de Notre Dame, het musee d’Orsay, de Opera en de Champs Elysee met de Arc de Triomphe.

Bij de aorogare des invallide stap ik weer op de metro terug naar het hotel. Op de blvd.St. Michel tank ik nog wat geld, eet een broodje en haal de Alapedes-papieren uit het hotel. Dan vertrek ik naar de ENS (ecole normale suprérieure). Bij de zaal aangekomen wacht mij een dichte deur en een eveneens wachtende mv. Bernard van de EC.

Na verloop van tijd komen er meer mensen en (volgens Franse traditie) zo’n twintig minuten te laat begint deel één van de alapedes bijeenkomst en deel drie van de tropical days (door Stephan Gaubert georganiseerd).

Sprekers van de middag zijn Alain Jean-Marie (veel formules), Bruno Gaujal (over systemen in een robot en het modelleren van pre-emptive scheduling mbv. max-plus algebra), Robert Jan van Egmond (over capaciteit van spoorbaangedeelten, waarbij gebruik wordt gemaakt van het heap of pieces idee (de Tetris game)), Jacob van der Woude (over bipartite systemen, waarbij zowel min-plus als max-plus onderdelen nodig zijn).

Na de pauze spreekt Jean Pierre Quadra (geeft op zijn laptop (Mac met Linux!) een demo van scilab) en komen drie onlangs bij alapedes aangestelde postdocs aan het woord: Stefan Haar (INRIA) (over trace sets en timed processes, ik begrijp er niet veel van), Sabrina Mantaci (LIAFA) (over tree codes en words-codering, haar vorige onderzoek) en James Martin (INRIA) (queuing networks).

De meest praatjes vanmiddag hebben me niet echt kunnen boeien. Alleen dat van Jean Pierre was interessant, vanwege het feit dat ik een aardige indruk kreeg wat je allemaal met het gratis te verkrijgen scilab kunt doen, en die van Robert Jan van Egmond (hoewel in beroerd Engels). Hopelijk gaat het morgen beter.

Overigens hoor ik van Bernd Heidergott en Jacob van der Woude dat de meeste praatjes tijdens de rest van de tropical days allerberoerdst waren: in het Frans en in alle opzichten onduidelijk. Ik heb dus niks gemist door deze dagen over te slaan.

Na de praatjes wijken we uit naar een vergaderzaal en begint de management meeting. Lang wordt er wederom gediscusseerd over het Kanta probleem bij LIAFE. Alle argumenten zoals ook al in 1996 in Delft zijn besproken, komen opnieuw voorbij. Probleem is dat Kanta ouder was dan 35 toen hij werd aangesteld, maar niettemin door ons als een young researcher wordt beschouwd omdat hij juist daarvoor is gepromoveerd en lange tijd in het bedrijfsleven heeft gewerkt. Brussel heeft een eerste coststatement, waarin Kanta voorkwam, goedgekeurd en de volgende echter weer afgekeurd en toen ook de eerste goedkeuring geannuleerd.

Na deze discussie wordt de procedure besproken voor de midterm meeting en wat van ons allen wordt verwacht (elke scientist in charge moet zowel over zijn eigen onderzoeksgroep als over elke taak, waar hij task leader van is, vooral de sociaale aspecten naar voren brengen). Ook de postdocs moeten zich zelf op een vergelijkbare manier presenteren. Tot slot besluiten we dat de volgende annual meeting plaats zal vinden in Delft (of ergens anders in Nederland) en wel eind september/begin oktober.

Zo rond half tien is de meeting over. Op mijn hotelkamer bereid ik daarna de gewenste praatjes voor.

Woendag 31 maart 1999.

Na een rustige nacht en een goed ontbijt begint om negen uur de tweede ronde lezingen. Natascha Portier (ULG) toont aan dat het minimal realisation problem in max-plus algebra NP-hard is. Sam (RUG) vertelt andermaal over monadische logica en hybride systemen. Hij heeft dit keer een aardig voorbeeld van een hybride systeem in de vorm van een register machine. Na afloop is er o.a. een vraag van Vincent Blondel (ook in hybride systemen geïnteresseerd). Na afloop van zijn praatje verras ik hem (en het publiek) met het aanbieden van een boek over Groningen als afscheidscadeau. Het is tenslotte vandaag precies de laatste dag van zijn aanstelling en in Groningen hebben we verder geen officiële afscheidsborrel georganiseerd.

Eleni Kartirzoglue (eerst bij HP, nu TUD) houdt daarna wederom een voor onbegrijpelijk verhaal en tot slot is Bernd Heidergott (TUD) aan de beurt, die uiteindelijk een in zijn samenvatting aangekondigd bewijs moet terugnemen.

Dan wordt het tijd voor de midterm meeting. Mw. Bernard geeft eerst een introductie, waarin ze vertelt wat de bedoeling is en dan geeft Geert-Jan een overzicht van het alapedes-project tot nu toe.

De lunch is een officiële lunch. De gehele groep neemt plaats in een nauwe kelder van een restaurantje. We krijgen een lekkere drie-gangen lunch (paté, vis en ijs toe). Ik zit naast mw. Bernard en zij vertelt nog regelmatig in Zeeland te komen om te zeilen.

Na de lunch is er eerst een besloten discussie tussen Christiane Bernard van de EU en Christos Nikolaou (Forth, Griekenland, één van de reviewers voor de EU van ons project) en Geert-Jan, Jean Mairesse en David Krob over de Kanta-affaire. Dit gesprek neemt toch nog ruim een uur in beslag terwijl de uitkomst onduidelijk blijft. De rest van het programma moet dan ook behoorlijk worden ingekort.

In een veel te warme ruimte, maar voorzien van een ovale tafel, gaan dan in sneltreinvaart de voorbereide round-table-presentations rond. Omdat een projector nog even niet voorhanden is, mag ik, omdat ik geen slides heb, de spits afbijten. Belangrijkste probleem dat ik te melden heb, is het feit dat o.a. door Sam’s achtergrond en de keuze voor hybride systemen de RUG wat geisoleerd is geraakt binnen het project.

Ook de andere scientists in charge doen in razend tempo verslag. Vervolgens worden de aanwezige postdocs om hun mening gevraagd. Eleni is niet gelukkig met de verplichting te moeten verkassen van het ene naar het andere instituut binnen het project. Zij is echter wel de enige die dit tot nu toe heeft gedaan. Sam blijft uitermate mild en noemt eigenlijk alleen de isolatie vanwege de keuze voor het onderzoek. Anderen vragen om meer steun van de EU bij het vinden van woonruimte e.d. en regelen van bijvoorbeeld de verzekeringen en vragen zich af of Brussel bijvoorbeeld niet zelf voor salariering en verzekeringen en zo kan zorgen.

Tot slot komt mw. Bernard met haar conclusies:

  1. Verschillende doelen ipv.één gezamelijk doel (overigens niet kritisch bedoeld)
  2. netwerk functioneert goed gezien het niveau van de young researchers
  3. contacten met industrie vallen tegen

Christos spreekt de eerste conclusie direct weer tegen (verschillende doelen is normaal in een theoretische onderzoekswereld, praktijkmensen stellen juist wel veel vaker één gezamelijk doel), spreekt verder van first class research en merkt op dat bijvoorbeeld de software ontwikkeling (scilab) bijna een commercieel succes is en veel beter uitgebuit zou kunnen worden.

Dan is de meeting (tegen zes uur) voorbij en kunnen we nog even genieten van het mooie weer (zo’n twintig graden buiten en veel zon!). Ik ga per metro richting het Louvre, komt zelfs nog even langs het centre Pompidou en door het immense Forum winkelcentrum en loop uiteindelijk langs de Seine weer langzaam terug naar het hotel (daarbij halverwege op een terrasje nog een lekkere maaltijd nuttigend).

Donderdag 1 april 1999.

Ik heb alle tijd en na ontbijt en afrekening ga ik per metro naar Paris du Nord. Ik ben mooi op tijd en kan nog rustig een kopje koffie nuttigen. Ook hier vallen de vele mobiele telefoons op. Een man staat in regenjas al geruime tijd druk gebarend allerlei telefoontjes te plegen.

Het station is niet groot en de aanwijzingen zijn goed. Zo’n kwartier voor vertrek kunnen we instappen. Vanuit het raam zie ik de man in regenjas (het is nu bijna een uur later) nog steeds druk gebarend staan bellen!

Precies op tijd vertrekt de Thalys weer richting Rotterdam. De lunch aan boord is een stuk beter dan de snack op de heenreis. Tussen Brussel en Rotterdam worden we andermaal getrakteerd op een drankje en de knabbels van Duyvis.

In Utrecht heeft de trein naar Groningen zo’n tien minuten vertraging. Niettemin kan ik in Groningen nog net de trein naar Bedum halen en wordt tegen zessen aldaar weer van het station gehaald. In de tuin is vooral veel denkwerk verricht.